Schilder Waalkens begon in 1982 met Monumentale vormgeving aan de A.B.K. Vredeman de Vries te Leeuwarden.
Na twee jaar stapte ze over op de dagopleiding van A.B.K. Minerva te Groningen, waar zij in 1989 afstudeerde in de richting tekenen/schilderen en grafiek.
Na haar afstuderen heeft zij zich volledig geconcentreerd op het tekenen en schilderen.
De grafische elementen in haar werk bleven echter aanwezig.
Anderzijds zijn structuur, herhaling en ritme kenmerkend, evenals architectonische elementen.
Hoewel het meditatieve karakter in haar werk het sterkst aanwezig is, kan de passie zich onverwacht tonen in al haar warmte en heerlijkheid.

Statement

Gedachten en gevoelens met betrekking tot nog te ontstaan werk zijn essentieël.
Ideeën en structuren vormen zich, krijgen kleur en worden beeldend.
Alle sporen van herkenbaarheid verdwijnen.
De identiteit van het werk maakt zich herkenbaar.
Het geheim ontvouwt zichzelf.

De ruimte leeg maken,
haar laten zien
in haar eigen vorm.
Hoe leeg kan ruimte zijn...
Kan zij leeg zijn?
Zij vult zichzelf met wat dan ook, hoe dan ook.
Het is aan de schilder hier vorm en kleur aan te geven.

Ruimte als zelfstandig gegeven en wat zich in de ruimte afspeelt...
Begrippen als ritme, structuur, herhaling en maatverhouding spelen hierin een belangrijke rol.
Deze aspecten krijgen vorm in die ruimte op het twee-dimensionale vlak.
De ontstane vormen vragen ruimte voor zichzelf. Tegelijkertijd geeft de ruimte zelf vorm.

Dit impliceert openheid in materiaalgebruik.
Er worden vlakken c.q. banen open gelaten op de drager die uit linnen, doek of papier bestaat.
De oorspronkelijke kleur van de drager wordt in tact gelaten, deze kan daardoor van evengroot belang worden als een geschilderd vlak. De onderliggende lijnen blijven geheel zichtbaar of worden gedeeltelijk weggeschilderd.
Andere belangrijke aspecten zijn de richting van de kwaststreek en de textuur van de verfopbreng.

Het werk wordt gekenmerkt door een soberheid in beeldtaal en een spel tussen vorm, kleur en materiaal.
In het werk tekent zich een formeel getint onderzoek af naar een kern en uiteindelijk naar een ultieme leegte.

 

David Stroband schreef:

Schilderijen van Alie Waalkens stralen een grote helderheid uit.
Kleur, vorm en schriftuur vormen gelijkwaardige elementen binnen haar werk en worden ingezet om een ruimtelijke beleving tot stand te brengen.
Met behulp van strakke structuren wordt er een beeldende wereld gecreëerd die op het eerste gezicht streng en formeel, maar in tweede instantie licht en bijna transparant lijkt.
De schilderijen worden met mathematische precisie geconstrueerd, maar het resultaat ademt visuele poëzie.

Vooral de combinatie van verschillende beeldelementen binnen een vlak; verzamelingen rechtopstaande zwarte strepen naast rechthoeken of vierkanten, het hanteren van een gevarieerde penseelvoering binnen een schilderij; dichtgeschilderde segmenten en met behulp van losse penseelstreken tot stand gekomen ademende delen, en het combineren van puur linnen, in omfloerste kleuren geschilderde velden en zwart-wit, zet een dynamiek in gang die uiteindelijk leidt tot verstilling en evenwicht.

Het werk van Alie Waalkens wordt gekenmerkt door een soberheid in beeldtaal en een spel tussen vorm, kleur en materiaal.
In haar schilderijen tekent zich een formeel getint onderzoek af naar verhoudingen en ritme, maar ook naar een kern en uiteindelijk: een ultieme leegte.

 

Na haar afstuderen in 1989 verblijft Alie Waalkens met collega-kunstenaar Anke Slooff enkele maanden in Zuid-Frankrijk, niet ver van de Middellandse Zee. Tijdens het schilderen ondergaat ze de  verrassende werking van de specifieke lichtval ter plekke.
Beroemde kunstenaars hebben jarenlang op deze locatie geleefd en gewerkt.
Ze laat zich verleiden tot een zinderend kleurgebruik.

Door regelmatig verblijf in Denemarken in 1990 en 1991, maakt ze kennis met het Noorderlicht. Dit is zonnig, helder en koel.
De zomer met kortstondige roodoranje gekleurde nachten geven het licht gedurende de dag een sprankelende helderheid en nodigen uit tot expansie... De winter met zijn duisternis en inkeer heeft het tegenovergestelde effect.
Dit gegeven werd als uitgangspunt genomen voor een aantal werken.

Tijdens haar reizen naar India -vanaf 1990- ervaart Waalkens hoe intens licht kan zijn; niet alleen kleuren zijn exotisch en daarmee zeer uitgesproken van karakter, ook licht- en schaduwwerking tekenen zich zeer scherp af. Hierdoor is tot haar verrassing in deze omgeving het grafische aspect eveneens nadrukkelijk aanwezig; ritmes en herhalingen vragen evenzeer de aandacht als kleur.
Het lijkt of alles intenser ervaren wordt.

Composities gebaseerd op architectonische en planologische motieven worden complexer. Kleurvlakken en lijnen krijgen een meer zelfstandige functie, ook niet-Westerse geometrische vormentaal wordt in de schilderijen verwerkt.
In 1991 vormt een werk de aanzet tot een andere beeldtaal: een aantal uitgangspunten voor het schilderen krijgen een immaterieël karakter.
Dit refereert aan de mogelijkheid die je als kunstenaar hebt om een mystieke verbinding tot stand te brengen. Hoe geef je vorm als alle sporen van herkenbaarheid zijn uitgewist?
Hoe maakt identiteit zich kenbaar? Ontvouwt het geheim zich?

 

Inmiddels is de olieverf vervangen door acryl.
In 1996 ontwikkelt Waalkens opnieuw een andere manier van schilderen die zijn oorsprong vindt in reizen naar het verre Oosten en de correspondentie die daarover ontstaat met een bevriende collega-kunstenaar.
De opgedane indrukken, in eerste instantie uitgedrukt in allerlei soorten van schrift, gelardeerd met beeldmateriaal worden uiteindelijk gedachtenstructuren die zich laten vertalen naar beeldende vormen. In de ontwerpfase nemen de ideëen, gedachten en gevoelens vorm aan, krijgen kleur en worden beeldend; de identiteit van het werk maakt zich kenbaar.
Uiteindelijk groeit deze correspondentie uit tot de Red-Blue Connection, die zijn grande finale beleeft in een performance bij Albert Waalkens te Finsterwolde.
Tijdens dit weekend wordt de correspondentie -bevestigd op 24 hoge langwerpige doeken,
voor iedere kunstenaar per maand een doek-  beschilderd. De meest intieme informatie wordt weggeschilderd... of juist niet? De prachtige kaarten, tekeningen, bijzondere tekstflarden worden zo met rode of blauwe verf aangezet dat ze goed tot hun recht komen.
Zondagavond zijn de doeken af en is de hechte vriendschap tussen beide kunstenaars een vroege dood gestorven.

 

Ondertussen is Waalkens begonnen met het schilderen van brieven.Het wezenlijke bereiken door dagelijks brieven te schilderen. Het gaat haar om het innerlijk proces wat hierdoor in beweging wordt gebracht; het maken van een verbinding van binnen d.m.v. geconcentreerde aandacht.

Het is de uitnodiging tot het ontdekken van het mysterie dat wij deel zijn van onze omgeving, dat wij deel zijn van datgene wat ons omringt.
Dat we deel zijn van Koninklijke Schoonheid: dat we deel zijn van Liefde.
Alleen ons hart is in staat om deze relatie te leggen, alleen het hart bezit het vermogen om het ene element om te zetten in het andere element.
Dat is het enige wat we nodig hebben: een hart dat liefheeft.

Zoals ‘Sheherezade’ uit het boek ‘Duizend en één Nacht’ de koning mystieke verhalen vertelde om de vrouwen uit haar land  te beschermen tegen deze wrede man en hen op deze wijze van een gewisse dood wist te redden, zo schept Waalkens zich een mystieke wereld waarin de handeling van het schrijven getransformeert wordt naar het schilderen, door het zetten van streepjes, dit om te voorkomen dat de chaos in de wereld een spel met háár gaat spelen.

Op een zeker moment worden deze streepjes vertaald in blokjes. Ze worden geplaatst op een onderliggend raster en herhaald binnen een zekere structuur en
maatverhouding in een bepaald ritme.
Uiteindelijk gaan de blokjes een zelfstandig leven leiden, maar dat is pas in 2005 aan de orde als de ‘repetition stops’. Voorafgaand zullen er vele werken geschilderd worden die de titel: ‘Repetition, it never seems to stop’ dragen.

In 2001 exposeert Waalkens een serie van deze schilderijen in de museale zaal van Pictura te Groningen. In een gedicht van haar hand geeft ze het de naam ‘Strafwerk’.

Deze titel is ontleend aan een treffende opmerking van Ruud de Rode, die wel in de gaten had dat Waalkens blijkbaar iets achter zich moest laten om de zwaarte te ontstijgen. Opnieuw vrij worden van alle beknellende banden en tekortkomingen; opnieuw de lichtheid van het bestaan ervaren