Strafwerk

 

Ze neemt zaken soms te serieus,
dan wordt ze onzeker van haar
eigen perfectionisme.

Dat is de grap die ze met zichzelf speelt.
Natuurlijk kunnen die schilderijen
niks zeggen,
ze zitten in haar hoofd.
Maar wij moeten doen alsof ze echt zijn.
Om hen te laten zeggen wat wij
willen dat ze zeggen.

De hardnekkigheid waarmee het strafwerk
zich doet gelden is ongekend.
Ze weet onderhand, verzet maakt
de pijn alleen maar heftiger en
de strijd grotesker.

Ze keek juist zo uit naar de lichtheid.
Ze weet dat die er is.
Iedere keer opnieuw omarmt ze de zwaarte
alsof ze er van houdt.
En telkens weer worden haar
haar vleugels ontnomen en zo ver
weggeborgen, dat ze er nauwlijks
nog naar reiken kan.

Maar haar verlangen is zo hevig
dat het lukt.
Dronken vliegt ze zichzelf te pletter
in het verzengende vuur van licht
in het besef dat alles daarna pas
echt de moeite waard is.

 

 
 

Naar aanleiding van een tentoonstelling in Bedum (Gr.) in datzelfde jaar, verrichtte Waalkens zelf de opening:

Het werk is non-figuratief.
Dit houdt in dat het niets van doen heeft met herkenbare vormen uit de wereld van alledag.
En toch ziet u herkenbare vormen, zoals rechthoeken en vierkanten, gevuld dan wel leeg, ingedeeld in rasters, die op hun beurt weer ingedeeld zijn met een soort herkenbare vormen, of toch ook weer niet?
Maar... lijnen, zeer herkenbaar als zodanig. In het ene schilderij werken ze als omkadering, in het andere worden ze juist overschreden. Wat is daar de betekenis van?
Een leeg vierkant...
Eerst was het vierkant vol. De kunstenaar haalde alles weg, zodat alleen de lijn bleef staan die vorm gaf aan dat vierkant. Vervolgens werd dat vierkant opnieuw gevuld, later zelfs met kleur.
Het vierkant werd begrensd. Er kwamen streepjes naast te staan, streepjes in een oneindige baan. Het begin is het einde.
Provocerend? Bevrijdend..., als paradox zoals het leven zelf.
Niets lijkt wat het is, het leven is wat het is. Wijzelf kunnen het ingewikkeld of simpel maken.
Zo zijn deze schilderijen eveneens, zo zien ze er ook uit.
Aan de ene kant simpel, een kind zou ze gemaakt kunnen hebben. Aan de andere kant zijn ze zo uitgebalanceerd en ingewikkeld soms in elkaar gezet dat u niet wilt weten in wat voor kramp de kunstenaar achter de ezel heeft gezeten.
Wat te zeggen van het brandende gloeiende vierkant, waarnaast het zwarte tablet, waar in een oneindig schrift iets opgesteld staat.
Is het van enig belang? Is het nuttig, is het aardig? Staat er een groot geheim?
Is het mystiek?
Wie het weet mag het zeggen, maar besef dat degenen die het weten niets zeggen.
Zij weten dat is voldoende. U wordt uitgenodigd om het voor uzelf te weten te komen.

Waarom dat goudgele vlak? Wat zou dat betekenen? Heeft het wel een betekenis?
Niet alles hoeft geanalyseerd te worden.
Misschien was de schilder in een goeie bui die dag en mengde ze een vrolijke kleur. Zoals rood een brandend verlangen kan betekenen of liever passie!
Wellicht had u een andere associatie. Wat betekent het voor u?
Stel u voor u gaat dat ene schilderij thuis ophangen. Waarom hangt u het daar, juist op die plek? U vindt dat het daar op zijn plaats is.
Maar kunt u vertellen waarom u die plek heeft gekozen?
Of u weet het niet; u heeft zuiver gevoelsmatig gehandeld, of u weet het heel goed en u zult met een goede argumentatie uw keuze rechtvaardigen.

Het werk is samengesteld uit verschillende motieven.
Het is als het leven zelf, maar bovenal de kristallisatie van concentratie.
Indrukken opgedaan in het dagelijkse leven met betrekking tot vorm, kleur, ritme structuur en verhouding, altijd gecomponeerd door het licht.
Maar ook interacties met mensen, dieren en de natuur beïnvloeden het werk.
Invloeden van buitenaf, reacties hierop van binnenuit.
Alles gaat als bagage mee naar het atelier. Daar zijn de materialen en gereedschappen.
Daar is ruimte.
Ergens wordt mee aangevangen. Het opspannen van een nieuw doek. Linnen ligt uitgerold op de vloer van het atelier. De geur van het linnen mengt zich met de geur van hout dat het linnen gaat dragen.
De gereedschappen komen uit het handige verrijdbare kastje, ooit door vader gemaakt.
Het opgespannen doek, meerdere doeken tegelijk, worden gegrondeerd.
Wat wordt er op geschilderd? Hoe krijgt inspiratie vorm?
Kranten liggen op de werktafel, een tijdschrift, catalogi, een boodschappenbriefje, het mobieltje ernaast. Altijd bereikbaar...
Hoe nu verder?
Een tekst wordt uit de krant gescheurd en opgeplakt in de dummy, waarin allerlei wetenswaardigheden verzameld worden.
Ha, daar is dat fotootje van het pantervrouwtje met haar vijf pluizige jongen. Nee, die nog niet meteen opplakken en wegstoppen. Ze moet nog even dichtbij blijven en wordt op de wand geprikt boven de werktafel.
Er hangt iets verderop aan de wand ook... het is een tekst van een vorige tentoonstelling.
En daar vlakbij... is dat niet een folder van het Paul Getty Museum in Los Angeles? Dat moet een schitterende ervaring zijn geweest!Vlak naast de ezel hangt in de verfkast een kleurige Matisse. En wat een vreemde muziek, oh maar wat klinkt dat prachtig. Wat een gewijde sfeer hangt hier in dit atelier. Wat is het hier schoon! Moet je kijken... werkelijk alles ligt op zijn plek.
En zo is het ook met mijn schilderijen.”

 

 

 
 

Repetition, it never seems to stop.
epetition, it never seems to stop. R
petition, it never seems to stop. Re
etition, it never seems to stop. Rep
tition, it never seems to stop. Repe
tition, it never seems to stop. Repet
ition, it never seems to  stop. Repeti
tion, it never seems to stop. Repetit
ion, it never seems to stop. Repetiti
on, it never seems to stop. Repetitio
n, it never seems to stop. Repetition
, it never seems to stop. Repetition,
it never seems to stop. Repetition, i
t never seems to stop. Repetition, it
never seems to stop. Repetition, it n
ever seems to stop. Repetition, it ne
ver seems to stop. Repetition, it nev
er seems to stop. Repetition, it neve
r seems to stop. Repetition, it never
seems to stop. Repetition, it never s
eems to stop. Repetition, it never se
ems to stop. Repetition, it never see
ms to stop. Repetition, it never seem
s to stop. Repetition, it never seems
to stop. Repetition, it never seems t
o stop. Repetition, it never seems to
stop. Repetition, it never seems to s
top. Repetition, it never seems to st
op. Repetition, it never seems to sto
p. Repetition, it never seems to stop
. Repetition, it never seems to stop.
Repetition, it never seems to stop.

 

 
 

Aafke Steenhuis opent in 2004 de tentoonstelling ‘Achter de Ramen’ op de IJlanden in Amsterdam. Waalkens toont hier haar Madri-schilderij dat zij maakte op uitnodiging van Peter Franke. Peter ontwierp een fonetisch schrift, met voor elke klank die op de wereld wordt gesproken een eigen teken, dat hij de naam Madri meegaf.

Aafke Steenhuis:

“Over schrijven en schilderen gaat deze tentoonstelling.
Met de beweging van de hand, door het aanbrengen van kleurvlakken, van ritmische strepen, losse toetsen, haperende lijnen in het geval van Alie Waalkkens, een Friesche schilder uit Groningen. En van losse, soepele intrigerende tekens in het Madri-schrift van Peter Franke uit Amsterdam.
Het zijn, lijkt me, beide pogingen om dichter bij het geheim van het menselijk bestaan te komen.
Ze kennen elkaar van het dorp Kimswerd, onder Harlingen (Frl.), waar het zo leeg en stil is dat je vanzelf gaat stilstaan bij de vraag wat leven eigenlijk is.
Ik denk aan het werk van Alie Waalkens aan heel veel dingen. Terugkerende vorm-aspecten in haar schilderijen zijn herhaling, ritme, vlakken, kleur, de zichtbare ondergrond van linnen of katoen, textuur van de verf.

Bij haar werk heb ik allerlei associaties en beelden:
-Volgeschreven vellen papier, in een regelmatig of een onregelmatig handschrift
-Een bamboewoud
-Een torenflat in de nacht, met zwarte omtrekken, veel van de talloze raampjes zijn verlicht,
 door half dichtgeschoven gordijnen zijn die vlakken onregelmatig
-Een stapel maiskolven met volle korrels
-Hoogopgestapelde aardappelkratten in de zeepolders van Noord-Groningen
-Handgeweven Indiase stoffen met een wat onregelmatige textuur
- Eierdozen op elkaar in de kruidenierswinkel op de hoek
-Postzegels in postzegelboeken
-Stapels oude kranten naast elkaar in een loods
-Kleitabletten met tekens uit Assyrië
-Boeken met lichte banden in een lichte boekenkast

Ik moet bij haar werk ook denken aan de schilderijen van Mark Rothko, die vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van angst en dreiging, het figuratieve, het surrealistische en het mythische achter zich liet en kleurvlakken ging schilderen, in hele sterke, diepe, intense kleuren, laag over laag, steeds nieuwe transparante lagen over elkaar.
Die kleurvlakken kregen een soms oplichtende, extatische werking.
Bij Mark Rothko zijn de kleurvlakken horizontaal, als er strepen door zijn werk lopen, zijn die horizontaal. Als een horizon in een landschap; zijn werken blijven landschappen, al zijn het innerlijke landschappen.
In het werk van Alie Waalkens zijn er behalve veel verticale streepjesreeksen die tot een horizontale band aaneengeregen zijn, ook veel grote verticale breuklijnen, of openingen.
Ik moet bij haar werk ook aan onze opa denken, Roelf Roelfs, huisschilder uit Delfzijl, die na zijn pensioen ging schilderen. Vele malen schilderde hij hetzelfde beeld: de Molenberg van Delfzijl. Boven de molen, daarnaast het molenhuis, verticaal over het doek de straat die naar de molen leidde, en linksonder een klein huisje met een raam. Dat raam kwam steeds terug.
Achter dat raam groeide Roelf Roelfs op. Na zijn geboorte was zijn moeder gestorven, hij was aan vreemde mensen gegeven, hij trof een goed gezin dat hem met liefde verzorgde, dat raam, linksonder in het schilderij, was zijn anker, zijn basis, zijn uitgangspunt.

Alie Waalkens en Peter Franke hebben in het Oosten, in India een inspiratiebron voor hun zoektocht. Naar deze meditatieve en spirituele wereld keren zij vaak terug.
Ik vind het leuk om met een citaat  te eindigen van een Franse schrijfster, die als Joods kind in Rusland geboren werd en later een heel eigen literaire taal in Frankrijk zou hebben.
Ik heb haar geintervieuwd toen ze al heel oud was, eind tachtig. Zij was toen nog steeds een avantgardistische, voor zichzelf en haar lezers een serieuze, niet makkelijk toegankelijke schrijfster. Haar naam is Nathalie Sarraute.

 

Ze zegt in een interview met mij:
“Alles is mysterieus. Wij weten niets van ons bestaan. Wij weten niets van onszelf. Alles is mysterie. Onze verschijning in de wereld is een mysterie. De dood is een mysterie. De beweging van de sterren, het heelal, we begrijpen er niets van.
Wat ik probeer is die kleine momenten in jezelf, de kleine gevoelsmomenten, te tonen.
Ik probeer te verhelderen wat er in ons gebeurt. Ze waren misschien geheimzinnig, die kleine momenten die ik laat zien, maar eenmaal opgeschreven zijn ze het niet meer. Ik probeer gevoelsbewegingen te abstraheren, los van het personage en de intrige.”

 

"Opvallend in de teksten van kunsthistorici, schrijvers en beeldend kunstenaars over mij is de constatering dat ik in eerste instantie het beeld oproep als zijnde een schilder met een strenge niet-toegankelijke uitstraling. Om na enige verdieping in mijn werk enigszins verbaasd te constateren dat gevoelens en emotie een veel grotere rol spelen dan aanvankelijk ooit vermoed.
Zelf spreekt ik liever over passie in de zin van hartstocht.
In de dikke Van Dale o.m. aangeduid als; heftige aandoening, onstuimige drang van de ziel of het gemoed. Maar ook als; drang die men niet kan weerstaan, waaraan men moet voldoen en anderzijds de beschrijving; hartstochtelijke genegenheid, zinnelijke liefde...
Uiteindelijk zijn bovenstaande beschrijvingen alle van toepassing op mijn werk.
Hierin schuilt een paradox en dat is precies het punt.
Dat is de reden waarom het werk vragen oproept, veelal niet begrepen wordt bij een eerste aanblik. Ook weerstand op kan roepen of juist de interesse opwekt en uitnodigt tot toenadering, verrast willen worden.
Er is geen beetje-wel of beetje-niet publiek, men heeft een uitgesproken mening; of men vindt het niks of men vind het goed."

A.W.

Ben Vierdag schrijft:
“Ik ben gefascineerd door de intrinsieke zeggingskracht van de schilderijen van Waalkens.”

In 2004 exposeert Waalkens in K09, waar zij deelneemt aan de Abstracte Salon Part One.
Illand Pietersma schrijft hierover ‘in het Dagblad van het Noorden o.m.:
“De tentoonstelling bestaat uit een dertigtal abstracte en conceptuele werken van nationale en internationale kunstenaars,variërend van ritmisch speelse doekjes van de Friese Alie Waalkens tot de op de waarnemingen gebaseerde abstracties van JCJ Vanderheyden.”

 

Ben Vierdag verzorgd het openingswoord  van de tentoonstelling van Waalkens bij K09 in oktober 2005:

Er wordt gewerkt op het scherp van de snede.
Wetmatigheden worden in een serie gebruikt, maar in diezelfde serie ook plotseling ontkent, ze vallen soms uit elkaar en krijgen dan weer een samenhang.
In het werk van Alie Waalkens gelden niet alleen de regels van de visuele illusie maar ook de regels van de logica van ritmische ordening.

De banen worden verbonden met gedachten, met de mind en met de onstoffelijke materie van het spirituele.
Zelf zegt ze hierover: “De baan vormt een spoor zoals er uiteindelijk zoveel sporen zichtbaar zijn in mijn werk als je er wat langer naar kijkt. Dit ontstaat doordat ik van te voren een plan maak, een compositie bedenk, kleuren uitzoek. Na elke handeling bekijk ik opnieuw en vooral gevoelsmatig waar het doek om vraagt. Dikwijls betekent dat een wijziging in de plannen. Soms lijkt dat bijna onmogelijk maar toch voer ik ze door. Het moet kloppen volgens mijn eigen wetmatigheden die geleid worden door gevoelsmatige beslissingen.”

Ik geniet van het werk van Alie Waalkens en ik vind dat moeilijk te beschrijven maar toch zal ik het proberen.
Haar werk had een prachtige plek gekregen. Ongeveer tien werken hingen in een apart gedeelte van de galerie. Het was een soort lege maar vriendelijke huiskamer midden in een tuin. Het regende en het waaide, binnen was het prettig. Er stond een ruime gestoffeerde bank en ik kreeg thee van de galeriehouder. Ik heb er meer dan een half uur gezeten.
Want de schilderijen gingen een gesprek met mij beginnen.
Het was geen letterlijk gesprek gebaseerd op informatie-uitwisseling, het was een abstract gesprek.De schilderijen begonnen een gesprek dat heel persoonlijk was. In toon was het een menselijk gesprek, maar er was geen geluid te horen.
Ook in de vorm was dat gesprek hetzelfde als met mensen, de een wil overheersen, een ander voelt zich achtergesteld, een derde voert de boventoon en een vierde wil gewoon geen aandacht.

 

In het begin was het stil.
Langzaam begon een van de grootste schilderijen de aandacht te trekken.
Het grote blauwe vlak op het schilderij toont zich nadrukkelijk en vertelt dat hij de basis van het schilderij is. Hij heeft een belangrijke functie binnen het schilderij en dat is te zien. Hij is omgeven door een rand van het niet beschilderde doek, links dun maar duidelijk gescheiden van de zwarte buurman in een brede baan aan de rechterzijde. Hij is streng van afgebakende vorm en vooral, hij is ook nog drager van een rafelige witte verfbaan.
De rafelige verfbaan is het er helemaal mee eens, samen vormen zij het belangrijkste verhaal van dit schilderij. Maar hierop wordt verschillend gereageerd. De twee banen links vertellen dat ze samen even groot zijn als het blauwe vlak en dat zij de dragers zijn van de horizontale streepjes die subtiel met blauwe streepjes beginnen en eindigen. Daarmee hebben zij een belangrijke functie als ondersteuners van de titel ‘Repetition, it never seems to stop’.
Het witte vlak met de gele blokjes en streepjes roert zich ook, ook zij ondersteunt de titel en wel heel bijzonder door de gloed van het geel en door het stralende wit.
Een beetje bedremmeld schraapt de zwarte baan zijn keel, hij hoort bij het witte vlak en heeft daarmee dezelfde maten als het blauwe vlak maar hij speelt toch een enigszins teruggetrokken rol.
De rest van de schilderijen laten zich niet zomaar wegschuiven.
De een na de ander legt uit en geeft aan wat de relatie met de andere schilderijen is en waarom hun plaats in het geheel niet weg te poetsen is.

Als het een beetje rustig is beginnen we een rustig gesprek over vorm, kleur, herhaling en waarom ‘repetition never stops’.
Dezelfde ervaring van een gesprek met haar schilderijen had ik afgelopen donderdag toen ik de expositie mocht bezichtigen en een geruime tijd in deze ruimte heb gezeten.
Alie en Jakob waren met de inrichting bezig, ik had een krukje tegen de pilaar gezet en liet de werkstukken op mij inwerken.
Het schilderij ‘Repetition, it never seems to stop’ werd begroet als iemand die je al kent. Het schilderij herinnerde nog eens kort aan de ervaring in Harlingen, maar verwees toch snel naar de buurman aan de overkant. Daar hing ‘The Last Repetition’ (2005), dat nog maar een paar weken oud was.
In het begin is dit schilderij een rumoerig verhaal. Binnen het schilderij wordt met veel lawaai gereageerd door het gele vlak. Het is duidelijk wie hier de meeste uitstraling in kleur heeft en wie hier de zware positie heeft om het schilderij gelijkwaardig in evenwicht te houden.
Zonder het gele vlak is er geen evenwicht. De twee witte banen met een felrode en een zacht blauwe gerafelde baan laten zich ook horen en wijzen op hun kleurkracht, eenvoud en duidelijkheid. Zelfs de zwarte baan straalt een intensiteit aan kleurkracht uit. De kleine zwarte streepjes op het witte vlak vertellen dat ze weliswaar een tienjarige traditie hebben, maar dat hun rol in het geheel steeds minder wordt.
Hun repeterende aanwezigheid is de afgelopen tien jaar in oneindige variaties weergegeven maar wordt nu overheerst door de bonte intensiteit van de kleuren.
Iedereen is het hierover eens. ‘The Last Repetition’, ik ben de laatste in de rij en tegelijkertijd het begin van een nieuwe serie.”